Voer minimaal 2 tekens in.
Vijfde lijdenszondag
Doordat u zegt: Iedereen die kwaad doet, is in de ogen van de HEERE goed …
– Maleachi 2:17
Maakt goed of kwaad de HEERE wat uit?
De woorden van onze tekst lijken in eerste instantie wel wat op de klacht van Psalm 73. Maar daar is het een oprechte worsteling van de psalmist met het raadsel van de voorspoed van de goddelozen. Hoe kan het dat God daar niets aan doet? Het volk, waarmee de HEERE opnieuw in tweegesprek is (vs. 17), haalt de schouders op. Je weet toch dat de HEERE degenen die kwaad doen, genegen is en dat ze Zijn oordeel niet hoeven te vrezen. Daarmee stellen ze eigenlijk zichzelf gerust, want zij zijn het zelf die kwaad doen. Weer klinkt zo’n schijnbaar onschuldige vraag: ‘Waarmee vermoeien wij Hem?’ Alsof ze niet beter weten. De HEERE wordt moe van hun schijnheiligheid.
Psalm 73 wijst ons erop dat je maar eens moet kijken hoe het met hen afloopt. Dan blijkt dat de HEERE wel degelijk oordeelt.
Maar voor degenen die Hem zoeken is er ontkoming aan het oordeel. Door Christus Die het droeg.
‘De vergeving der zonden is een voornemen van God om de zonden van de gelovigen ongestraft te laten omwille van de genoegdoening van Christus.’ (Zacharias Ursinus)