Een onberouwelijke eed Waarom komt Melchizedek hier zo opvallend in beeld? Hij viel in het Oude Testament op omdat hij buiten de bestaande priesterlijke orde viel. Zijn grote betekenis ligt hierin dat hij een voorteken was, een glimp van wat komen zou. Het priesterschap van Aäron zou ophouden te bestaan. Er kwam een beter en eeuwig priesterschap aan. De indrukwekkende dienst van de hogepriester in het Oude Testament was slechts een afschaduwing van een beter verbond. In dat verbond ging het om een duurzame, een eeuwige verhouding tussen God en Zijn volk – met meer zekerheid, zelfs onwankelbaar. Een verbond dat met een eed werd bevestigd. Jezus Christus is dé Hogepriester. De andere priesters kregen wel een belofte: ‘Zie, Ik geef hem Mijn verbond van vrede’ (Num. 25:12). Maar deze Hogepriester werd met een eed door God gezworen. Een eed waar de Heere nooit berouw van zal hebben! ‘Wanneer God een eed zweert, doet Hij dit niet om Zijn Woord meer geloofwaardig te maken – want Zijn Woord is altijd waar – maar om ons zwakke geloof te ondersteunen. Hij past Zich in genade aan onze zwakheid aan.’ (Maarten Luther)